‘Ik heb zelf tien jaar in Rotterdam gewoond', zeg ik. ‘En elke keer als ik langs het standbeeld ‘De verwoeste stad’ van Zadkine fietste, moest ik er toch even naar kijken.’

‘Waar heb je in Rotterdam gewoond?’, vraagt hij.

‘Kralingen en Noordereiland. Maar niet in het sjieke gedeelte van Kralingen hoor.’

Ik heb André van Duin aan de lijn. Het is donderdag 29 april, negen uur in de ochtend. Ik had hem om half negen een appje gestuurd. ‘Ik bel je om 10 uur voor het interview.’ Ik kreeg meteen antwoord terug. ‘Het mag ook eerder hoor.’

Vanavond – 4 mei – gaat André van Duin spreken tijdens de Nationale Herdenking op de Dam.

 

Ik wil in het kader van 4 en 5 mei heel graag even terug naar je jeugd. Rotterdam 1947. Je groeide op in een verwoeste stad.

‘Ja. Ik groeide op in de naweeën van de verwoesting, maar toch heb ik er geen vervelende herinneringen aan overgehouden. Ik herinner me de bouwputten. Dat we overal in, op en onder konden kruipen, dat we overal konden spelen en dat we zomaar zonder al te veel problemen fikkies konden stoken. En ik herinner me de enorme openheid van de stad. Alles lag open. Alles lag braak. Alles was bouwgrond.’

En nu sta je als vierenzeventigjarige man op vier mei voor het Nationaal Monument op de Dam, tegenover de koning en de koningin en een verder nagenoeg leeg plein. Wat doet dat met je?

‘Ik voelde me uiteraard enorm vereerd toen Gerdi Verbeet mij belde met de vraag of ik wilde spreken. ‘Een sympathieke man die een breed publiek aanspreekt en die door wat hij heeft gedaan en door wat hij nog steeds doet verschillende generaties met elkaar verbindt.’ Dat is mooi. Het is iets dat je maar eenmaal in je leven zult doen. Ik mag vijf, zes minuten een toespraak houden die ik zelf heb mogen invullen.

 

‘Ik ben nog steeds die gewone Rotterdamse jongen die vroeger stiekem fikkie stookte.’

Natuurlijk kijkt het comité 4 en 5 mei de toespraak na of er geen vreemde of onjuiste zaken instaan en of ik onbedoeld geen mensen schoffeer bijvoorbeeld, maar verder ben ik vrij in wat ik zeg. Er is mij verteld dat ik rustig moet spreken. Overigens is De Dam niet helemaal leeg. Er zullen in totaal ongeveer honderd mensen aanwezig zijn die net als elk jaar kransen en bloemen namens verschillende organisaties zullen neerleggen.’

Wat roer je aan in je toespraak?

‘Van Rotterdam gaat het via de tewerkstelling van mijn vader in Duitsland en het Homomonument bij de Westerkerk naar de boodschap dat we blij mogen zijn dat we in Nederland wonen. Het is een serieuze aangelegenheid die een serieuze toespraak behoeft. Daar kan geen ruimte voor grappen zijn. Dus toen iemand mij vroeg of ik mijn toespraak misschien met grappen zou larderen, was het antwoord: ‘Nee, natuurlijk niet.’’

De punt van de roze driehoek van het Homomonument die in het water van de gracht ligt, wijst naar het Nationaal Monument op de Dam. Je bent homoseksueel, en op het moment dat je op de Dam staat, raak je als het ware de punt van de roze driehoek aan.

‘Ja. Ik ben me daar ook erg bewust van. Het wordt voor mij ook de eerste keer dat ik vier mei op de Dam aanwezig ben. Ik ga elk jaar naar het Homomonument om daar vier mei te gedenken. Die plek voelt toch als de plek waar ik op dat moment moet zijn. Daar worden ook elk jaar toespraken gehouden en kransen gelegd. Daar wordt ook herdacht. Daar wil ik graag bij zijn.’

Je bent – terecht – een alom gerespecteerd artiest en een uiterst sympathieke man. Je bent – met alle respect – meer de nationale knuffelopa dan de éminence grise van het regenboogactivisme.

‘Natuurlijk zijn de LHBT+-geschiedenis en LHBT+-emancipatie een beetje aan mij voorbijgegaan, net zoals het homo-uitgaansleven, omdat ik in die jaren drukdoende was met mijn carrière. Ik heb nooit op de barricades gestaan, nee, maar ik heb mijn homoseksualiteit ook nooit ontkend. Ik ging het onderwerp niet uit de weg.

Tot aan zijn overlijden kwamen Martin en ik overal samen. Het verbaast mij oprecht dat er nog steeds mensen zijn die zeggen: ‘Huh? Van Duin homoseksueel?’ Nee, ik ben geen Benno Premsela, Gerard Joling of Gordon, maar ik ben ook zeker niet in de kast gebleven.’

Het Algemeen Dagblad noemde je in 2017 ‘ruim een halve eeuw Nederlands grootste volkskomiek.’ Ik heb vanmorgen vroeg nog eens ‘Voor altijd’ bekeken, het lied van Danny Vera dat je voor Martin bij ‘Matthijs gaat door’ zong. Ergens door je leven heen is er iets veranderd. Je zou als komiek dertig jaar geleden waarschijnlijk nooit uitgenodigd zijn geweest voor de toespraak die je vier mei gaat uitspreken. Van volkskomiek naar de meest geliefde en hoogst gewaardeerde allround artiest van Nederland. Van ‘bloemkolen’ naar ‘Heel Holland bakt’. Is dat een proces, of sta je op een dag op en denk je: ‘Ik hang de fluitketel aan de wilgen?'

'Na vijftig jaar denk je ‘Ik wil wel eens wat anders’, dus toen Joop van den Ende aan mij en Kees Hulst voorstelde om ‘Sunshine Boys’ op de planken te brengen, zei ik meteen ja. Toen vervolgens Jan Slagter van Omroep Max mij benaderde voor ‘Heel Holland bakt’ zullen er vast mensen geweest zijn die gedacht hebben: ‘Oh jee, nu wordt het natuurlijk taarten smijten’, maar dat is uiteraard nooit onze bedoeling geweest.

Toch was dat in het begin lastig manoeuvreren, zeker na een grootheid als Martine Bijl. Ik ben heel voorzichtig begonnen. Mensen moeten de gelegenheid krijgen je als presentator te accepteren en ik moet de gelegenheid krijgen in die rol te groeien. Dat is gelukt. En daar zijn weer andere soortgelijke programma’s uit voortgekomen. ‘Heel Holland bakt Kids’ en ‘Heel Holland bakt de Herkansing’.

Maar ik ga ook het programma ‘Van Duin op de Volkstuin’ maken. Onder druk van de stadsuitbreiding wordt de volkstuin nogal eens bedreigd en ik was benieuwd naar de verhalen van de volkstuinbezitter. Dat zijn prachtige portretten van een enorme diversiteit, echt een enorme bagage aan verhalen. Prachtig. Ik ga in het Spoorwegmuseum in Utrecht een programma maken over modeltreinen. Een jongensdroom die uitkomt.

‘Het verbaast mij oprecht dat er nog steeds mensen zijn die zeggen: ‘Huh? Van Duin homoseksueel?’

Voor komende Kerstmis ga ik voor een tv-programma bij Omroep Max de rol van ‘Scrooge’ spelen. En naar aanleiding van mijn optreden bij ‘Matthijs gaat door’ met het lied ‘Voor altijd’ van Danny Vera, ben ik met Danny bezig met een Franstalig repertoire. Een album met vertaalde Franse chansons. Vertalingen van Aznavour. Dat zou mooi zijn. Al is Aznavour vaak wel triest.’

Het Franse chanson is iets anders dan de Duitse schlager.

‘Dat kun je wel zeggen, ja.’

Ik kan je de vertalingen van de Franse zangeres Barbara sturen. (*)

‘Graag!’

Het valt me nu weer op hoe benaderbaar je bent. Ik herinner me jou van zo’n vijftien jaar geleden toen ik op vrijdagmiddag wel eens in café De Pieper in Amsterdam kwam en jou en Martin daar ontmoette. Mijn hondje zat al snel op jouw schoot omdat je hem plakjes worst voerde.

‘Leeft je hondje nog?’

Nee, die is drie jaar geleden op bijna achttienjarige leeftijd overleden.

‘Ja, Martin en ik kwamen op vrijdagmiddag graag in De Pieper, samen met presentator Fred Oster en actrice Duck Jetten, ja. Gezellig.’

Toen ik een keer met mijn toenmalige vriend en mijn beginnend dementerende schoonmoeder op het terras zat en mijn schoonmoeder er maar niet over uit kon dat jij naast haar zat, vroeg mijn vriend of hij een foto van jou en zijn moeder mocht maken. Dat was geen enkel probleem.

‘Nee. Dat is het voor mij nooit. Als bekende Nederlander word je natuurlijk een beetje gemeengoed. Dat mag ook. Als ik terugdenk aan mijn idolen – Tom Manders, Tommy Cooper – dan weet ik nog hoe leuk ik het vond om deze mensen te ontmoeten en te mogen spreken. Vroeger was het een handtekening en tegenwoordig is het een fotootje. Het kost nauwelijks tijd en het doet groot plezier dus ik heb daar geen enkele moeite mee. Ik ben wars van sterallures en statusgevoeligheid. Ik ben nog steeds die gewone Rotterdamse jongen die vroeger stiekem fikkie stookte.’

En die nu op vier mei op de Dam het land mag toespreken.

‘Ja. En die nu op zijn vierenzeventigste op vier mei op de Dam het land mag toespreken.’

Zie ook: www.4en5mei.nl

(*) Barbara was de artiestennaam van Monique Andrée Serf (Parijs, 9 juni 1930 – Neuilly-sur-Seine, 24 november 1997). Ze was een Franse zangeres, tekstschrijver en componist van Joodse komaf. Beroemde liederen van haar zijn onder andere L’aigle noir, Nantes en La solitude. De vertalingen van haar liederen zijn tot stand gekomen in samenwerking met Jeroen de Beer.

Dit artikel verscheen eerder op de website van De Gaykrant.

Epositie van Queer Creative Koes Staassen bij galerie Cokkie Snoei.

Four Drags and a Funeral

dinsdag 21 apr 2020

Het stuk ‘Four Drags and a Funeral’ wordt sinds 2016 opgevoerd en heeft sindsdien gezorgd voor uitverkochte zalen en lovende recensies. Na een landelijk tournee en tientallen uitverkochte voorstellingen in 2017 en 2018 besloot het team om te stoppen met het opvoeren van de voorstelling. Echter, naar aanleiding van grote vraag van zowel theatermakers als het publiek is medio 2019 besloten om ‘Four Drags and a Funeral’ in 2020 toch weer onder de mensen te brengen - en terecht.

Op Goede Vrijdag om 10:30 heb ik het plezier gehad om met Hans Goes te mogen videobellen over ‘Four Drags and a Funeral’ (vanwege de coronamaatregelen hebben we helaas niet in persoon kunnen afspreken). Hans Goes is een vrolijke, intelligente man met een uitstekend gevoel voor humor. Hij vertolkt dan ook de rol van drag queen Lucinda St. John. Daarnaast heeft zijn productiehuis ‘De Verbinding’ het stuk geproduceerd.

Ik heb enorm genoten van het gesprek met Hans. Lees hieronder verder en je zult begrijpen waarom.

Het stuk

De titel doet weliswaar denken aan ‘Four Weddings and a Funeral’, maar dit toneelstuk zou niet meer kunnen verschillen van de film. Het stuk – geschreven door Jos Ahlers – zou volgens de oorspronkelijke planning in mei theater ‘t Kapelletje in Rotterdam aandoen.

Helaas zijn de geplande voorstellingen vooruit geschoven door de coronamaatregelen. Maar gelukkig hoeven we niet al te lang te wachten. ‘Four Drags and a Funeral’ wordt namelijk op 15 oktober in Rotterdam in ‘t Kapelletje opgevoerd. Om ervoor te zorgen dat jullie toch al een beetje kunnen genieten van dit eigenzinnige stuk, hierbij een lekker voorproefje! 

Four Drags and a Funeral The Beaver Sisters Arjan Boes

Inleiding

Hans vertelt mij enthousiast het unieke verhaal van dit stuk. Een groep van 5 drag queens – 3 van in de 50 en 2 jonge broekies van in de 20 – staat centraal. Zij organiseren geregeld theatrale bingo-avonden in verschillende cafés in Rotterdam. Op een bepaald moment overlijdt een van de groepsleden, namelijk Walter. Hij wordt begraven in zijn streng gelovige geboortedorp in Zeeland – Biggekerke – van waaruit hij jaren geleden naar Amsterdam verhuisde.

Zijn vier vrienden zijn niet uitgenodigd om aanwezig te zijn bij de uitvaart, maar ze besluiten om naar Biggekerke te rijden om een belofte na te komen. De vijf drag queens hadden namelijk met elkaar afgesproken dat ze ervoor zouden zorgen dat ze bij overlijden niet als man de kist ingingen maar in drag. Walter ligt nu in de kerk echter opgebaard als man. De vier nemen dan ook een road trip naar Biggekerke om te zorgen dat Walter het graf alsnog ingaat als vrouw. Hun eerste taak bij aankomst: inbreken in de kerk.

Ik heb geboeid naar Hans geluisterd en toen zei hij: “En dan begint het stuk.” Komt er nog meer dan? Ja ja, dit was slechts de inleiding.

Four Drags and a Funeral

Op een gegeven moment tijdens de inbraak komt namelijk de moeder van Walter midden in de nacht de kerk inlopen, terwijl de vier drag queens Walters laatste wens naleven. Op dat moment ontspint het drama zich en komt het publiek er langzamerhand achter waarom moederlief in de kerk is en waarom haar zoon het huis uit was gegaan. Wat er volgt is anderhalf uur van intense, hilarische, ontroerende en aangrijpende interacties tussen de moeder van Walter en de vier drag queens en tussen de drag queens onderling (generatie- en cultuurbotsingen).

Daarnaast wordt er in ‘Four Drags and a Funeral’ uitgebreid aandacht besteed aan de vraag of familie nou op basis van bloed en geboorte wordt bepaald of dat je jouw familie kunt kiezen. Dan behoren vrienden tot jouw zelfgekozen familie. Ook komen de strijd om jezelf te zijn en de rol die religie in dit specifieke geval hierbij speelt, uiteraard ter sprake waardoor de queens Walter ook beter begrijpen.

Het gaat weliswaar af en toe hard tegen hard, maar door de discussies die op het toneel worden gevoerd komen de personages dichter bij elkaar. Zo wordt er een balans bereikt waarbij ruimte is voor ieders identiteit.

Ontspanning tussendoor

Soms gaat het er zo heftig aan toe, dat de drag queens het begrijpelijk even niet trekken en een ontspanmoment nodig hebben. Op deze momenten gaan de lichten aan in de zaal en wordt het publiek onderdeel van de voorstelling. Er wordt namelijk een potje gebingood! Het publiek heeft bij entrée een bingokaart en pen gekregen om mee te kunnen doen. Bovendien zijn er echte prijzen te winnen.

Hans vertelt mij hoe fantastisch het is om te zien dat het publiek het bingospel serieus neemt en actief meespeelt. Het stuk bevat in totaal 5 bingo momenten die tevens dienen als moment om meer te weten te komen over het karakter van iedere drag queen. Tijdens elke ronde krijg je namelijk ieders individuele verhaal te horen.

Maar deze bijzondere drag queens begrijpen ook dat wij – de thuisblijvers en zelfisolators – juist op korte termijn ontspanning nodig hebben. Daarom kun je a.s. zaterdagavond 25 april online live bingo-en onder begeleiding van twee van de dames zelf!

Four Drags and a Funeral Bingo

Na afloop

Weliswaar komen er heftige thema’s en situaties aan bod in ‘Four Drags and a Funeral’, maar het stuk is bij uitstek een feel-good voorstelling met zang, dans en playbacken. Als publiek wordt je binnen een paar seconden van de ene emotie naar de andere geslingerd, en van het ene uiterste naar het andere. Van schaterlachen naar gesnik.

Het stuk is zonder meer ontroerend te noemen. Een deel van het publiek heeft begrijpelijkerwijs dan ook behoefte om na afloop even te blijven zitten om bij te komen van de emotionele achtbaan. Sommigen komen ook nog even naar de spelers toe om te vertellen dat ze zich herkennen in de thema’s en personages. Hans vertelt mij dat ze tijdens het touren erachter zijn gekomen dat met name transgenders in het publiek zichzelf herkennen in het verhaal. Dat neemt overigens niet weg dat ‘Four Drags and a Funeral’ universele thema’s bestrijkt die het overgrote heteroseksuele publiek dan ook aanspreken.

Je weet nu iets meer over het verhaal achter dit schitterend stuk, maar we mogen de 4 larger-than-life drag queens natuurlijk niet vergeten voor te stellen.

De Drag Queens

Je zult begrijpen dat we niet uitgepraat kunnen raken over de fantastische drag queens. Maar om niet teveel weg te geven houden we het bij een korte introductie van de vier die centraal staan in ‘Four Drags and a Funeral’.

De drag queens heten gezamenlijk ‘The Beaver Sisters’ en bestaan uit de volgende personages.

Lucinda St. John is vrij truttig. Haar outfit en accessoires zijn allen rood/wit gestippeld: haar jurk, schoenen, handtas en pruikentas. Verder draagt ze een Marilyn Monroe pruik en is vrij ouderwets te noemen. Haar primaire reden om drag queen te worden was om in haar levensonderhoud te voorzien.

Dan hebben we Annie M.G. Schmudt die vieze kinderboeken schrijft. Ja, echt.

Multipe Joyce is een van de jongere drag queens. Ze is slimmer dan je denkt en is echt een jonge spring-in-‘t-veld.

Tot slot is er Poca Handtas. Een jonge, grote gast met een baard, borsthaar en in volle glorie te bewonderen in een strak jurkje.

Wat mij tijdens het gesprek met Hans vooral bezig hield was hoe je nou in hemelsnaam zo’n origineel verhaal op deze pakkende wijze kunt neerzetten. Gelukkig kon Hans mijn nieuwsgierigheid bevredigen door mij iets te vertellen over de ontstaansgeschiedenis van ‘Four Drags and a Funeral’.

De geboorte van Four Drags and a Funeral

Een aantal jaren geleden wilde een groep Amsterdamse drag queens een musical over hun leven maken. Op een gegeven moment is Jos Ahlers – toneelschrijver en echtgenoot van Hans – terecht gekomen bij het stuk. Hij heeft toen het concept met de Amsterdamse groep besproken. Op een  gegeven moment hebben de Amsterdamse drag queens zich gerealiseerd dat toneel toch wel iets anders is dan karaoke of een theatrale act. Ze hebben toen besloten om niet verder te gaan met het stuk.

Uiteraard vonden Hans en Jos het heel jammer dat het project niet doorging. Daarom hebben ze toen besloten om het zelf te bewerken en zijn ze op zoek gegaan naar acteurs voor hun stuk. Ze hebben er bewust geen musical van gemaakt, maar een feel-good dramedy. Bovendien is de bezetting minimaal. Het stuk telt slechts 5 spelers: 4 mannen en 1 vrouw die de moeder van Walter speelt.

Wij zijn in ieder geval heel blij dat Hans en Jos toch verder zijn gegaan met het project. En niet zo’n klein beetje ook.

Four Drags and a Funeral Hans Goes als Lucinda Saint John Arjan Boes Photography

Over Hans

Hans speelt al ongeveer 20 jaar toneel – oorspronkelijk als hobby. Nu is hij al sinds 5 jaar professioneel producent bij productiehuis ‘De Verbinding’. Hans vertelde mij dat hij ontzettend geniet van de reacties van het publiek bij het zien van de voorstelling: “De reacties zijn heel mooi. We snijden op een vrolijke manier een serieus onderwerp aan. Het leven is ingewikkeld en ik vind het mooi dat mensen blij worden van het stuk, ervan genieten en erdoor worden geraakt. Daar ben ik echt trots op. Daarnaast is het stuk voor iedereen, niet alleen voor mensen uit de LHBTI+-community. En natuurlijk  is het geweldig om te voelen dat het publiek van de verschillende personages gaat houden, zelfs van de moeder!”

Wij kunnen in ieder geval niet wachten totdat we in het theater volop van ‘Four Drags and a Funeral’ kunnen genieten. Na de periode zelfisolatie en onzekerheid die we met zijn allen ondergaan, is dit stuk precies wat we nodig hebben.

Zet 15 oktober dus in je agenda en reservereer alvast je kaartjes. Uit ervaring weten we dat de voorstelling binnen no time is uitverkocht dus wees er snel bij! Ik heb in ieder geval al gereserveerd.

Heb je al plannen voor a.s. zaterdagavond 25 april? Nu wel!

Zaterdag om 20.00 kun je namelijk live bingo-en onder begeleiding van Miss Multiple Joyce en Lucinda St. John uit het gerenommeerde, hilarische en hartverwarmende stuk ‘Four Drags and a Funeral’.

Deze voorstelling zorgt al sinds 2016 voor lovende recensies en uitverkochte zalen. De landelijke tour die in mei zou aanvangen is helaas vooruit geschoven naar oktober, maar wees niet getreurd! Je kunt namelijk nu al vanuit je luie stoel meedoen met de bingorondes die overigens ook onderdeel uitmaken van de theatervoorstelling zelf.

Kunst en cultuur zijn vitaal voor de hele maatschappij maar met name voor de LHBTI+ community. Deze sector geeft ons namelijk niet alleen een platform maar draagt bij aan acceptatie, begrip en steun. ‘Four Drags and a Funeral’ is hier bij uitstek een voorbeeld van. Vanwege de coronamaatregelen heeft deze sector het op dit moment zwaar te verduren. Alle steun is dan ook zeker welkom.

Doe dan ook lekker mee a.s. zaterdagavond en geniet van een flinke (over)dosis ontspanning en humor terwijl je ook nog eens maatschappelijk verantwoord bezig bent!

Gay Film Night: Fin de Siglo

dinsdag 07 juli 2020

We mogen al weer even naar de bioscoop en dus komt ook de Gay Film Night terug in LantarenVenster! Deze dinsdag, 7 juli is dat met een eenmalige vertoning van Fin de Siglo door de Argentijnse regisseur Lucio Castro.

Hangen, klimmen en push-ups

dinsdag 08 sept 2020

Hangen, klimmen en push-ups

Sander Slegtenhorst werkt al ruim vier jaar als cultureel programmeur bij Bibliotheek Rotterdam. Hij is vooral verantwoordelijk voor de jongerenprogrammering. Gavin is singer-songwriter en cabaretier. Hij is één van de jonge talenten die in de spotlights staan tijdens het Louvri Festival. Gert-Jan en Bjorn spraken hen samen in een nog rustige Bibliotheek Rotterdam.

 

Mensen denken bij een bibliotheek misschien niet direct aan een festival…

Sander: De bibliotheek heeft een ontwikkeling doorgemaakt van alleen maar boeken naar meer programmering. Mensen kennen de bieb van vroeger vooral van de strenge bibliothecaressen achter de balie, maar de bieb is nu meer een ontmoetingsplek voor de Rotterdammer. Je ziet ook dat vanaf de tweede verdieping eigenlijk pas de boeken staan. De rest is al meer ingericht voor programmering.

 

L’Ouvri is Frans voor Open Up. Hoe is het idee voor deze Songfestivalstadsprogrammering ontstaan?

Sander: Vorig jaar had ik het idee om een podium te creëren voor jongeren afgewisseld met bekende namen. We wilden exposities afwisselen met talkshows en een diversiteit aan optredens. Helaas kon dat dit jaar niet doorgaan. We zijn toen onze partners gaan vragen welke artiest ze wilden afvaardigen onder het thema Open Up. We gaan nu online elke dag tijdens het Songfestival een filmpje lanceren. Elke dag vanaf een andere locatie in de bieb met een andere artiest.

 

Hoe zorg je binnen die programmering en ontmoetingsplek dat er ruimte is voor Rotterdammers in al hun diversiteit?

Sander: We programmeren als bibliotheek steeds meer samen met community’s. We vragen hen: “Wat zouden jullie willen dat er in de bibliotheek geprogrammeerd wordt?” Dus we programmeren niet zozeer zelf, maar samen met anderen of bieden anderen een podium. Onze jongerenprogrammering geven we totaal uit handen aan de jongerenorganisaties en jongereninitiatieven uit de stad. Dit vertalen we nu ook door naar andere doelgroepen. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld: Chicks and the City en Sprakuhloos.

 

En een van die jonge artiesten ben jij Gavin.

Gavin: Dat klopt! Ik ben afgevaardigd via Sprakuhloos. Ik treed op op 16 mei. Sprakuhloos organiseert al jaren open podia voor spoken word-artiesten. Ik ben ooit door de organisator op een podium gezet en dacht: “Oh shit, nu moet ik dit voor de rest van mijn leven doen!” Daar is het eigenlijk begonnen.

 

"Mijn eerste nummer ging over waarom heteromannen niet naast elkaar zitten in de metro." 

Hoe was dat de eerste keer dat je op het podium stond? Had je toen al meteen een boodschap die je wilde vertellen?

Gavin: Ik kreeg vijf minuten mijn eerste avond, dus ik heb vijftien minuten op dat podium gestaan. Mijn eerste nummer ging over waarom heteromannen niet naast elkaar zitten in de metro. De vraag was of ik alsjeblieft naast hen mocht gaan zitten, want dan zat ik niet meer alleen in de metro. Met die benen wijd, weet je wel. Het was in eerste instantie niet eens grappig bedoeld, maar ik stond daar dan kneuterig met mijn eerste gitaar. Ik kon nog niet eens zo heel goed spelen. In mijn ogen was het een heel emotioneel liedje. Toen moesten mensen lachen en ik dacht: “Ohhhhh, alle dingen waar ik vroeger problemen mee had of waar ik belachelijk voor werd gemaakt dat kan ik nu gebruiken.” Toen ben ik dat uit gaan melken. Mee laten zingen, cursus hetero-handshakes en ik ging een man knuffelen op de eerste rij in het theater…. Ik kwam erachter dat ik ook heteromannen kon laten lachen als een queerpersoon. En eigenlijk, nare dingen die ooit over mij waren gezegd die bracht ik terug in het theater.

 

Dat is wel een hele mooie manier om negatieve dingen om te zetten in iets krachtigs. Heeft dat er ook voor gezorgd dat je dingen achter je kon laten?

Gavin: Ik betrap mezelf af en toe dat ik merk… oh, hier zijn we nog niet overheen. Ik merk dat in mijn proces van liedjes schrijven het in het begin eigenlijk altijd heel deprimerend is en sad. En dan zoek ik naar manieren dat het leuker kan. En dan ontstaan er bij mij liedjes die soms ook belachelijk zijn. Bijvoorbeeld op het festival zing ik een liedje over dat ik vroeger gepest werd door een jongen en dat is een traumatische ervaring. Die kennen we allemaal en hoe kan ik dan een hoek uitdelen. Dus toen heb ik een liedje geschreven over dat ik met zijn vader naar bed ging. En toen merkte ik dat ik pesten altijd een soort van heb weggelachen en nog steeds. Maar dat ik het nu kan gebruiken, maakt het een soort van okay. Alles wat ik vroeger vervelend vond, naar vond en me deed twijfelen aan mezelf, is nu juist waar ik mee kan shinen. Ik wil schrijven voor de kneuzen van onze maatschappij. Niet vanuit een gevoel van ‘oh, we zijn zo zielig’, maar het is gebeurd, we zijn er niet trots op, maar we kunnen er nu om lachen en er iets van maken.

 

Hoe is de bibliotheek er ook voor LHBTI+-jongeren, zoals Gavin?

Sander: We letten op dat iedereen een plek heeft binnen onze programmering en in samenwerking met Schiedams LEF lenen we ook leskisten uit aan scholen. Hiermee kunnen ze in de lessen aandacht besteden aan seksuele en genderdiversiteit. We dragen als bibliotheek uit dat we een safe(r) space zijn voor iedereen. We zijn gratis toegankelijk en doen ons best zo laagdrempelig mogelijk te zijn. De bibliotheek moet vooral een plek zijn waar mensen zichzelf kunnen zijn.

Gavin: Ik had dus in het begin dat mensen tegen me zeiden: “Maar Gavin, je bent ook gewoon grappig als je dat homoding niet doet.” En dan dacht ik: hallo, maar dit ben ik. Mensen zien je vaak als één ding. Dan doe je een keer niet het homoding achter de schermen, omdat ik moe ben of sacho of gewoon zin heb in een goed gesprek. Die persoon ben ik ook. Maar alles wat ik op een podium ga doen, zal altijd een homoding zijn, want het is geschreven door een homo.

 

Wat doet dat me je op het moment dat iemand dat tegen je zegt?

Gavin: Ik word daar heel competitief van. Zo van: ik laat het mensen wel zien en ik zal het wel bewijzen. Dat is niet altijd goed voor je netwerk <lacht>, maar wel goed voor de motivatie.

 

Gavin is in ieder geval te zien op het Louvri Festival bij Sander. Meer informatie over het festival kun je vinden via: https://www.bibliotheek.rotterdam.nl/louvriElke dag verschijnt er een nieuw optreden online via: https://www.instagram.com/bibliotheekrotterdam/Meer over Gavin kun je vinden via Insta.

Vandaag begint alweer het 49e Internationaal Film Festival Rotterdam, het IFFR. Een eerste willekeurige selectie van films vind je hieronder. Op de website van het IFFR vind je het uitgebreide programma en kun je meteen de kaarten kopen. En een aantal films en events vind je ook apart op gayrotterdam.nl. .