Column: ‘Sterker door Strijd’

Rotterdam staat niet strak van de tradities. Zodra er iets riekt naar traditie dan ruimen we het op. Ook de Rotterdamse wapenspreuk (‘Sterker door Strijd’) is nog geen eeuw oud. Aan die hang naar verandering zal het bombardement van mei ’40 wel mede debet aan zijn. Mede, want daarnaast zal ook het karakter van de Rotterdammer meespelen: ‘opruimen die oude zooi en weer door’. Dan is het des te opvallender dat er al sinds 1888 een Rotterdams Jaarboekje is. Je kunt ze allemaal tot en met 2018 inzien op de website van het Stadsarchief.

Rotterdams Jaarboekje 2020
Aan het eind van het jaar wordt het Jaarboekje altijd ten doop gehouden. Dat gebeurt meestal op een locatie die een link heeft met een van de verhalen. Zo waren we ooit te gast bij ‘Metz’ aan de Nieuwe Binnenweg. In dat jaar stond er een hommage, In Memoriam, aan J. Metz sr. in. De zoon vond het daarom wel mooi de lancering in zijn meubelzaak te doen. In antwoord op zijn vraag “Hoeveel mensen verwacht je?” had ik gezegd een kleine 50. “Ach”, zei hij, “stoelen genoeg. Laat maar komen”. Het werden er ruim 100. Dat kon toen nog. Dit jaar was er een digitale presentatie. Zonder borrel. Maar het is nu wel mogelijk dingen terug te zien.

De minuut van Aad
In het boekje staat zeker veel lezenswaardigs. Niet de minste auteurs en personen hebben een bijdrage geleverd. Zo is er een kritisch, compact & warm essay van NRC-columnist Lotfi el Hamidi. Maar voor onze gay-website wil ik de aandacht vestigen op een 40 pagina’s groot artikel van Aad Koster. Hierin beschrijft hij 100 jaar ‘Gay Geschiedenis’ in Rotterdam. Eind 2019 was hij een van de samenstellers van de expo, "Out in Rotterdam", in galerie DigItUp, die daar over ging. En hoewel dat artikel op zich al de moeite waard is (ook voor wie de helft van die tijd niet heeft meegemaakt zoals ik), ik zou er geen column aan wijden als Aad in de presentatie op You Tube niet eindigde met een ‘cri de coeur’. Een boodschap van één minuut, tussen minuut 30 en 32 in. Die minuut breng ik graag onder jullie aandacht. En daarmee krijgt de oude traditie van het Rotterdams Jaarboekje een nieuwe, diepere en waardevolle betekenis. 

'Homomonument' 

 

Superuse

Sinds juni staat er een vrolijk kunstwerk op het verder grijze en stenige Willemsplein. Het is een ‘re-make’ van een eerder zitobject in het rood. Dat heette ‘Re-Wind’ en was een schepping van Césare Peeren, van Studio Superuse. Hij verwerkte niet-recyclebare windmolenwieken tot een aaneenschakeling van zitprofielen.

Met een aantal mensen uit de Rotterdamse LHBT-community als klankbord is er een ‘complete make-over’ van gemaakt door Mr. June. Daarmee is er vast een claim gelegd op deze plek voor een nog te maken definitief kunstwerk dat de seksuele en genderdiversiteit ‘viert’. Want dat is de wens van de gemeenteraad en de hele LHBT-gemeenschap. Iedere zichzelf respecterende stad heeft een ‘homomonument’, zoals dat gemakshalve wordt genoemd. En nu Rotterdam ook (artikel GayRotterdam: Van Orlando tot Willemsplein). 

 

Verweesd sta ik erbij…

Bij de meeste beelden in de stad plaatst de gemeentelijke afdeling BKOR* stalen stoeptegels. Daar staat dan op hoe het heet, wie het gemaakt heeft, etc. Maar helaas (nog?) niet bij de tweede versie van ‘ReWind’. Het staat er wat verweesd bij.

En dat doet mij denken aan een ander beeld in onze stad: ‘Het Ding’ van Naum Gabo voor de Bijenkorf. Toen dat in 2016 langzaam weg stond te roesten dichtte stadsdichter Hester Knibbe: “….verweesd sta ik erbij….”.

In die periode van roest en verval was er iedere vrijdagavond om 18.00 uur een kort optreden van een dichter, muzikanten, een performance onder de naam ‘Gabo Singers’. Vaak voor een klein publiek, maar het kreeg aandacht. En het heeft geholpen want ‘Het Ding’ staat nu weer te stralen als een Rolex (vrij naar Hester Knibbe).

 

ReWind 2 en SuperUse

Het kleurrijke monument kent een rechtopstaande wiek waarvandaan twee armen een bescheiden plek omsluiten. Een perfecte setting voor kleine optredens. In deze tijd en op deze plek is er geen ruimte voor een grootschalig gebeuren. Maar met de rivier en de Kop van Zuid als uitzicht en als décor is het een perfecte locatie voor korte optredens van talent met een van die diversiteitsletters als achtergrond.

Het lijkt mij super wanneer het kunstwerk iedere week op vrijdagavond om 18.00 uur wordt gebruikt, al is het maar een half uurtje.


Meer over Rewind op Website Beeldende Kunst & Openbare Ruimte

 

 

‘I love the Night Life’

Tegenwoordig wordt het tijdstip waarop ik vroeger ging stappen opgeluisterd door ‘Gute Nacht, Freunde’ vanuit de wekkerradio. Voor mij is het nu dus meer “I loved the Night Life”.

Uit een recente brandbrief van drie wethouders Cultuur: “de nacht is van groot belang voor de aantrekkelijkheid van onze binnensteden en voor velen een belangrijk onderdeel van hun leven”. Dat laatste kan ik alleen maar beamen: heel veel plezier gehad en ’s ochtends met fluitende vogeltjes weer dwars door de stad, lopend naar huis. Want geld voor een taxi, toen…alles ging op in de kroeg of club.

Kruisbestuiving.

Vrijdag de 13de: altijd een bijzondere dag in mijn bestaan. Zo lang als ik me bewust ben van mijn achternaam doe ik extra voorzichtig. Daar kan ik columns over vol schrijven. Maar dit keer wil ik terug naar vrijdag de 13de maart.

Mateloos
Ik zou mezelf niet direct als een poëtisch type willen betitelen. Het enige gedicht dat ik uit mijn hoofd ken is ‘Stadsgezicht’ van Jules Deelder. Ik ben misschien te Rotterdams, nuchter en prozaïsch voor ‘Poëzie’. Maar in mijn boekenkast bleek ik, bij de grote coronaopruiming, toch over een volle plank met poëzie te beschikken. Dat begint met de bundel ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’.

Column van Vrijdag: LHBT+ Vlaggenparade

Port of Pride


Om nou te zeggen dat ik ‘in’ de Rotterdamse haven heb gewerkt: nee. Dat roept beelden op van kades, loodsen, kranen, en mannen én vrouwen die daar druk in de weer zijn. Maar ik ben mijn ‘KvK-carrière’ wel begonnen met werken ‘vóór’ de Rotterdamse haven. 

Wij behartigden de belangen van de havenbedrijven. Samen met de havenwerkgevers en vakbonden waren we een gesprekspartner voor vooral het Gemeentelijk Havenbedrijf. Het was een fantastische, dynamische omgeving omdat er eind vorige eeuw ontzettend veel in hoog tempo veranderde. Denk maar aan de opkomst van de container en alle achterlandverbindingen.

 

Havenbelangen en Havenvereniging

Waar ik ook hele goede herinneringen aan heb, was mijn tijd als bestuurslid van de Havenvereniging. Dat was (en is nog steeds) een van de grootste verenigingen in Rotterdam.

Het is de fanclub van de Rotterdamse haven en kende een bonte mix aan leden: iedereen die wat had met de haven was er lid van, van baron tot sjouwer. En omdat er steeds meer ‘grijze kuiven’ het ledenbestand vormden, is er nu ook een Jong Havenvereniging.

Naast deze fanclub was er al sinds de jaren ’40 een professioneel samenwerkingsverband om de haven in de wereld te promoten: de R’dam Port Promotion Council. Dat ging door middel van ‘voorlandreizen’ naar alle continenten én ‘achterlandreizen’. De naam zegt het al: havenklanten in Europa werden bezocht en bijgepraat over logistieke ontwikkelingen.

 

‘Afstofreizen’.

De RPPC maakt een fraai schema met bestemmingen en daar ging dan een delegatie Havenondernemers naar toe. De KvK was onderdeel van die delegatie, als onderdeel van een uitgebreid netwerk in het Europese havenlandschap. Op dit onderwerp is zelfs een collega gepromoveerd en professor geworden. Na diverse presentaties en gesprekken was er (natuurlijk) een borrel, met vaak, hoe toepasselijk, een Captain’s Dinner. Na afloop was er dan nog een borrel aan de bar.

 

#metoo?

Tijdens een van die reizen, in het hoge Noorden van ons eigen land, had ik wat ik nu toch wel als een ‘#metoo’-ervaring zou zien. Al pratend aan de bar met een Noordse gast werd mijn been klem gezet door diens knie. Pats. De conversatie werd gewoon voortgezet, ook om ons heen. Maar beneden kon ik geen kant uit. Dat is een rare ervaring, want je bent als delegatielid ook mede-gastheer. En, toegegeven, het was natuurlijk ook best spannend. Midden tussen al die pakkenmannen ineens zo’n aanzoek onder de gordel.

 Beeld port of pride

 

Port of Pride verdient steun

Waarom deze late ontboezeming – ik laat de afloop in het midden – in deze column? Achteraf heb ik nagedacht over hoe de ‘gast’ met zijn dubbelleven in het hoge Noorden in de knoop lag. Eind vorige eeuw waren we best wel ver in tolerantie, maar blijkbaar nog niet ver genoeg en was een noodgreep nodig. Bovendien: zoals Aboutaleb ooit aangaf bij de lancering van een ‘Roze Event’ in de Burgerzaal: tolerantie en acceptatie zijn twee geheel verschillende dingen. Daarom zou het goed zijn wanneer we organisaties als Deltalinqs (de havenwerkgevers), de vakbonden, de RPPC en de Havenvereniging, Jong én Oud en het initiatief van Marco Valk, Port of Pride, ondersteunen en omarmen.

Want 'gelijkheid, diversiteit en inclusiviteit zijn nog lang niet vanzelfsprekend'.

 

Potten & Poten

“Wat zit je nou te klappen, homo?” klonk het achter me op de Tonny van Ede-tribune in het Spartastadion. Zelfs na ruim 50 jaar ‘Out Going Gay life’ gaat dat door merg en been.

Pagina 1 van 2