Spring maar achterop.

Zo’n drie jaar geleden leidde ik een verkiezingsdebat voor de gemeenteraadsverkiezingen. Dat doe ik wel vaker. Dat vind ik leuk om te doen.

Na afloop van het debat stonden we met deelnemers en publiek een drankje en een nootje te verorberen. Ik stond te kletsen met een meneer de waarnemend burgemeester en met een mevrouw de staatssecretaris. Toevalligerwijs woonden wij destijds alle drie in dezelfde gemeente.

 

‘I love the Night Life’

Tegenwoordig wordt het tijdstip waarop ik vroeger ging stappen opgeluisterd door ‘Gute Nacht, Freunde’ vanuit de wekkerradio. Voor mij is het nu dus meer “I loved the Night Life”.

Uit een recente brandbrief van drie wethouders Cultuur: “de nacht is van groot belang voor de aantrekkelijkheid van onze binnensteden en voor velen een belangrijk onderdeel van hun leven”. Dat laatste kan ik alleen maar beamen: heel veel plezier gehad en ’s ochtends met fluitende vogeltjes weer dwars door de stad, lopend naar huis. Want geld voor een taxi, toen…alles ging op in de kroeg of club.

Kruisbestuiving.

Vrijdag de 13de: altijd een bijzondere dag in mijn bestaan. Zo lang als ik me bewust ben van mijn achternaam doe ik extra voorzichtig. Daar kan ik columns over vol schrijven. Maar dit keer wil ik terug naar vrijdag de 13de maart.

Livestream

Voor sommige dingen moet je de stad uit. Soms moet je daarvoor naar Amsterdam. Niet te vaak natuurlijk, maar af en toe. Zo ga ik naar de Stopera. Is het niet voor het zalmroze tapijt in de foyer dan wel voor de opera. Sinds het Onafhankelijk Toneel van het toneel is verdwenen, hebben we dat niet meer in onze stad. Zo zou ik naar Amsterdam zijn gegaan voor het theaterstuk ‘Weg met Eddy Bellegueule’, als het daar nog zou worden opgevoerd. Maar dat zit er nu even niet in.

Mateloos
Ik zou mezelf niet direct als een poëtisch type willen betitelen. Het enige gedicht dat ik uit mijn hoofd ken is ‘Stadsgezicht’ van Jules Deelder. Ik ben misschien te Rotterdams, nuchter en prozaïsch voor ‘Poëzie’. Maar in mijn boekenkast bleek ik, bij de grote coronaopruiming, toch over een volle plank met poëzie te beschikken. Dat begint met de bundel ‘Naar vriendschap zulk een mateloos verlangen’.

Wishful Drinking

Deze avond voel ik het aan komen: ik ga uit en er is geen weg terug. Het knispert in de lucht en in de maagstreek is er sprake van prettige opgewondenheid. Als dat gevoel bezit van je heeft genomen, weet je hoe laat het is. Het aantrekken van de juiste strakke leren broek met blauwe bies is een goed begin. Verder moet de outfit niet te ingewikkeld zijn: een spijkerjack waar je wat in kwijt kunt. Het moet niet in de weg zitten. En mocht ik het in de loop van de nacht kwijtraken….

Een paar vrijdagen terug liep ik met drie vrienden de Tasty Walk. Wij deden de VrijMiPro. Dat was een prettige variant op de VrijMiBo. Daar zijn foto’s van, maar die zijn niet geschikt voor publicatie. Want we zitten op het terras. Weliswaar op gepaste afstand, maar het mocht niet. Geen nood. Even verderop stonden publieke picnictafels, met banken. Ondanks het bizar stralende voorjaarsweer was er plek genoeg. Zes keer een klein culinair feestje. Met van die kleine flesjes vliegtuigwijn. Na heel lang ‘gelockdownd’ te zijn, waren we helemaal los. Corona brengt veel narigheid, maar ook die wandelingen met vrienden. “Moet jij nog ergens naar toe straks?” “Nee, ik heb alle tijd. En jij?” Dat alleen al. Tijd voor elkaar en al wandelend hoor je nog eens wat. 

In deze column dit keer de spot op ‘something completely different’. Maar wel iets wat ons allemaal ontzettend bezighoudt, dagelijks goed is voor volle pagina’s en ook steeds meer zorgen baart. Hoe gaat het met onze werkers in de gezondheidszorg?  

Voor de zomer nog had een groepje mensen, die tweejaarlijks een onderscheiding in de stad uitreiken, bedacht: “Hoe mooi zou het zijn als we de harde werkers in de gezondheidszorg ‘op het schild hijsen’? Als collectief dank-je-wel namens de stad, namens alle Rotterdammers.” 

Zo gezegd, zo gedaan. Dat is best een hele puzzel, maar waar een wil is… Een datum was al eerder met de burgemeester en het stadhuis afgesproken, een vrolijke artiest was bereid gevonden voor een muzikaal intermezzo en in de hal van het stadhuis stonden op de omloop de receptiebuffetten al klaar. Bij wijze van spreken dan. 

Vorige week woensdag zouden de Paul Nijgh-penningen aan zes zorgmedewerkers feestelijk worden uitgereikt. Maar de vierde golf kwam daartussen: het stadhuis ging op slot, de ‘penningkrijgers’ en hun 150 genodigden moesten aan de bak in het ziekenhuis en de feestspeeches konden worden opgeborgen. “Het voelde niet goed om nu een feestelijke happening te houden.” De bronzen penningen verroesten niet en wachten op betere tijden. 

Gelukkig zijn er door Open Rotterdam fantastische, indringende en ontroerende 1 minuutfilmjuweeltjes gemaakt. Die zijn vanaf medio oktober, per week één portret, uitgezonden.  

Op Open Rotterdam  vindt u die filmportretten* van de laureaten en hun collega’s: 

  • GGD: Timo Boelsums
  • ‘Hulptroepen’: Anne Hanschke
  • IC-verpleegkundigen: Annemarieke van Heijningen
  • Ambulancechauffeur: Rutger Jongejan
  • Schoonmakers: Dilek Kaya Topal
  • Laboranten (virologie): Claudia Mulders

Wie wil weten hoe het in de zorg is, hoe het eraan toe gaat, ook nu weer: kijk die zes minuten naar deze noeste, onversaagde en dappere Rotterdammers. 

*Met dank aan de Erasmusstichting en stichting Volkskracht

Pagina 1 van 3