Zichtbaar jezelf: een politiek gesprek in Berkel en Rodenrijs (deel 2) Featured

Frank Buijs en Astrid Oosenbrug Frank Buijs en Astrid Oosenbrug

In Berkel en Rodenrijs - dus min of meer onder de rook van Rotterdam – wonen Astrid Oosenbrug (voorzitter COC Nederland) en Frank Buijs (voorzitter CDA Pride Netwerk). GayRotterdam sprak met deze twee actieve voorstedelingen over wat hen beweegt om zich in te zetten voor de LHBTI-emancipatie. In twee delen doen wij verslag van een gesprek over de politiek, onderwijs en diversiteit, plus de verschillen en overeenkomsten tussen Rotterdam en de gemeenten eromheen. In dit tweede deel gaat het over de aankomende verkiezingen, de (on)zin van ‘de letters’ plus een bespiegeling over zichtbaarheid van seksuele diversiteit in ‘suburbia’.

GR: Waar moeten we met de verkiezingen in aantocht in maart op letten? 

Astrid: Voor het COC is het meest belangrijke thema voor de aankomende verkiezingen het gewijzigde artikel 1 van de Grondwet. Daarin is nu expliciet opgenomen dat discriminatie van mensen met een LHBTI+-achtergrond (en mensen met een handicap) verboden is. (De grondwetswijziging is al een keer met een 2/3 meerderheid aangenomen in de Eerste en Tweede Kamer, maar moet na de verkiezingen nog een keer worden behandeld en aangenomen met een zelfde meerderheid, red.) Er was deze periode een meerderheid, maar er waren ook partijen die tegen hebben gestemd, dus daar kan je op letten bij het uitbrengen van je stem. Door de aanpassing van artikel 1 van de Grondwet gaat er echt wel iets veranderen in de aanpak van discriminerend geweld. Je kunt uiteraard ook je licht altijd nog opsteken viahttps://www.rainbowvote.nu (work in progress). 

Frank: Er komt te staan dat je niet mag discrimineren ongeacht seksuele geaardheid, gerichtheid of genderdiversiteit. Op het laatst leek 50PLUS deze grondwetswijziging te blokkeren, omdat zij een toevoeging ten aanzien van leeftijdsdiscriminatie wilden. Het CDA heeft toen voorgesteld daar onderzoek naar te doen, maar dit niet een blokkade te laten vormen voor deze grondwetswijziging. Gelukkig werd mede hierdoor de grondwetswijziging gered!

GR: Welk deel van de politiek of de overheid heeft nu de meeste invloed op wat er op scholen gebeurt? 

Astrid: Ik denk toch het ministerie van OCW, de minister die wordt aangestuurd door de Tweede Kamer. Overheid en politieke partijen moeten een duidelijke, niet onderhandelbare wettelijke norm stellen: diversiteit is op school de norm en iedereen moet geaccepteerd worden, ongeacht seksuele oriëntatie, genderidentiteit en geslachtskenmerken. Die norm moet net zomin ‘onderhandelbaar’ zijn als dat je mensen gelijk behandelt ongeacht hun huidskleur. ‘Negatieve voorlichting’, zoals identiteitsverklaringen waarin homoseksualiteit wordt afgewezen of lesmethoden waarin staat dat God LHBTI’s verafschuwt moeten stoppen. 

GR: Niet de gemeente? Via de afspraken over voorlichting op scholen? COC doet daarin veel, maar het is al jaren niet op het niveau dat je zou verwachten.

Frank: Klopt, je hebt antidiscriminatiebureaus. Gemeentes zijn al ruim 10 jaar verplicht om die te hebben, maar daar wordt op bezuinigd. Lansingerland is net een regenbooggemeente geworden op initiatief van de PvdA. Het CDA was daar natuurlijk ook voor. Maar er zijn er talloze gemeentes die geen antidiscriminatiebureau hebben of het ergens in een bezemkast hebben ondergebracht. We hadden het net over scholen, maar discriminatie gebeurt evenzeer in sportclubs of een willekeurige andere plek. Eén van mijn pleegkinderen is op school, bij het spelen én bij het sporten in het verleden lastiggevallen vanwege het feit dat hij werd verzorgd door twee mannen. "Dan ben jij ook homo, jouw pleegvaders leren je verkeerde dingen." Als je dit met bestuurders of politici bespreekt, dan word je nog wel eens doorverwezen naar de persoon ‘die erover gaat’. Dat is niet goed: als iemand met een voorbeeldfunctie moet je jezelf niet verschuilen en één front vormen. Zorg dat het veilig is voor de jeugd en dat die een goed voorbeeld krijgt voor de toekomst. Overigens hebben de meeste betrokkenen de incidenten die ik noemde heel goed opgepakt en duidelijk een norm gesteld. 

 

Berkel1

Astrid Oosenbrug, voorzitter COC Nederland 

 

GR: Je ziet ook positieve ontwikkelingen, zoals de aandacht voor Paarse Vrijdag.

Astrid: 80% van alle middelbare scholen doet mee aan Paarse Vrijdag. Dat is veel. GSA’s (Gender & Sexuality Alliances, red.) worden opgericht en het hoger onderwijs doet mee. In wetgeving is vastgelegd dat er voorlichting moet zijn. Het COC heeft daar een stevige reputatie in opgebouwd. Bijvoorbeeld voorlichting via het project ‘Jong & school’. Je ziet echt dat de sfeer beter wordt en er minder pestgedrag is op scholen die daar gebruik van maken. Dat is waar je heen wilt. Uiteindelijk wil je naar 100% en het liefst wil je dat elke school een eigen GSA heeft.

Het heteronormatieve van de samenleving wordt ook minder. Ik zie bijvoorbeeld reclames op tv of filmpjes van politieke partijen waar ik heel blij van word, omdat je daarin diversiteit ziet. Niet alleen in kleur, maar ook dat je twee vaders achter een kinderwagen ziet. In mijn utopie – en die van het COC – heeft iedereen die blik, niet alleen mannetje-vrouwtje, maar de blik van een diverse wereld.

Frank: Ik heb wel een steen in de vijver: ik vind wel dat we als ‘niet-hetero’s’ moeten ophouden met alle verbijzonderingen. Of je nu trans, hetero, intersekse of bi bent, het moet helemaal niet uitmaken. 

GR: Zou het niet zo kunnen zijn dat die groepen die je benoemt toch verschillende vraagstukken hebben, die een verbijzondering rechtvaardigen? 

Astrid: Wat je merkt is dat eerst alles ‘homo’ of ‘gay’ was: Gay Pride, homo-emancipatie etc. De vrouwen hebben zich op een gegeven moment afgesplitst omdat het te mangericht was. Zij dachten: dit gaat niet over mij. Toen ging het ook over ‘lesbo’s’ en daarna ‘biseksuelen’ en zo rol je verder. Dat doe je ook omdat je erkend wilt worden in wie je bent. Je merkt dat als je geen letter ‘hebt’, je niet lijkt te bestaan. Intersekse mensen hebben heel lang geen voet aan de grond gehad met verschrikkelijke gevolgen doordat er via een operatie als kind een geslacht voor hen was gekozen door een arts. Zonder zichtbaarheid geen acceptatie. Voor transgender personen geldt in zekere mate hetzelfde. Vroeger had je in Rotterdam Janine Wegman als rolmodel, maar er heerste ook veel angst, bijvoorbeeld om naar buiten te gaan. Nu zie je veel meer diversiteit aan mensen op straat en is de zichtbaarheid groter. 

Frank: Een van mijn mooiste ervaringen in mijn huidige rol is dat je heel veel bijzondere en leuke mensen ontmoet met een andere seksuele geaardheid. Als zij een positieve bijdrage leveren, wie ben ik dan om te oordelen? Voor mij hoeft er dus geen stempel op. Ik kan mij wel voorstellen hoe dat werkt in emancipatiegolven, maar die had ik allemaal het liefst zo snel mogelijk achter de rug. Dan heeft iedereen zijn gewaardeerde plek in de samenleving. 

Astrid: Voor het COC is het wel heel belangrijk, omdat het over wetgeving gaat. Neem de transgenderwet die door de Eerste Kamer is behandeld. Daar zitten dingen in die puur op transgenderpersonen zijn gericht. Of de interseksewet. Dan is het heel belangrijk dat je die letters hebt. Graag zou ik de wereld zien zoals Frank benoemt: waarin je niet wordt aangesproken op van wie je houdt of dat je je als man wel mannelijk genoeg gedraagt. Zover zijn we nog niet en tot die tijd zullen er ook wel letters bijkomen. 

GR: Kan je je voorstellen dat er mensen zijn met een ander referentiekader die zich afvragen: "Waarom al dat gedoe? Waar houdt het op?"

Astrid: Dan verwijs ik toch weer naar een diverse samenleving en gun het de ander. Ik neem niets van jou af op het moment dat ik zowel met mijn man als met mijn vriendin wil trouwen. Dat kan nu niet. Als je drie ouders hebt en een kind komt door een ongeval in het ziekenhuis, dan mogen er twee bij het kind, de derde is een soort B-garnituur. Dat wil je niet meer, omdat de norm verandert. Er zijn steeds meer gezinnen met drie of vier ouders die kinderen opvoeden, die allen evenveel ouder zijn. 

Destijds was het opengesteld huwelijk voor paren van gelijk geslacht (het ‘homohuwelijk’ in de volksmond) een doorbraak, maar het regelt nog niet alles. Het is belangrijk om de Kamerleden vanuit verschillende kanten te voeden. Bijvoorbeeld vanuit de regenboognetwerken. Zij kunnen zeggen: "Wij doorleven dit en begrijpen wat dit betekent."

Frank: Er zijn nu al tienduizenden meeroudergezinnen. Er is een staatscommissie herijking ouderschap geweest. Die heeft unaniem gesteld dat ongeacht de vorm van je gezinssamenstelling, alle kinderen gelijk beschermd worden en een gelijke uitgangspositie hebben. Dat is niet een idee dat uit de Tweede Kamer komt, daar worden keuzes vaak impliciet gemaakt op basis van een digitaal wereldbeeld: je bent hetero of je bent niet-hetero. Terwijl er allemaal scharkeringen zijn, die realiteit missen ze. In het nieuwe verkiezingsprogramma van het CDA, is nu – wonder boven wonder – een hele passage opgenomen over het meerouderschap en over regenbooggezinnen.

 

Berkel2Frank

Frank Buijs, voorzitter CDA Pride Netwerk

 

GR: Tot slot, wat zijn jullie gedachten over het verschil tussen stad en dorp?

Frank: Het leven is hier in Berkel minder gejaagd dan in de stad. Ook het besteedbaar inkomen is gemiddeld veel hoger dan in Rotterdam, daar zit ruim 30% van de mensen op een bestaansminimum. Dat doet wat met mensen, waar ze mee bezig zijn. Berkel en Rodenrijs is echt een andere wereld. Hier is meer ruimte voor sociale verbanden, voor vrijwilligerswerk en verenigingen. 

Astrid: In het algemeen weten we dat acceptatie in niet-stedelijke gebieden iets lager ligt dan in stedelijke gebieden, maar de verschillen zijn niet heel groot. Opvallend is wel dat de zichtbaarheid van LHBTI+-mensen een stuk lager is. Het COC heeft een ‘Jong&Out’-app gelanceerd. Wij zien dat veel jongeren uit niet stedelijke gebieden aansluiten. In de grote stad is alles wellicht wat ruwer, maar daar is meer zichtbaarheid of heeft het in ieder geval bestaansrecht. Hier lijkt het soms niet te bestaan. Zonder zichtbaarheid geen acceptatie!

 

Astrid Oosenbrug is getrouwd met Rob en heeft een vriendin Anna (die woont op Tenerife, maar er wordt regelmatig op en neer gereisd). Astrid is moeder van vier kinderen. Van 2012 tot 2017 was zij Tweede Kamerlid voor de PvdA. Samen met 2 compagnons heeft zij een stichting die zich bezighoudt met cyberveiligheid en coacht zij jongeren met name op de ethische kant van het hacken. Astrid is als vrijwilliger sinds 2018 voorzitter van COC Nederland en onlangs herkozen voor een nieuwe termijn van 2 jaar.   

 

Frank Buijs is getrouwd met Maarten en samen waren ze met tussenpozen bijna vier jaar lang met veel plezier pleegouders van drie kinderen. Frank is verantwoordelijk voor de Nederlandse public affairs en communicatie-activiteiten van het Japanse bedrijf Takeda. Vanaf de officiële start in februari 2019 is hij voorzitter van het CDA Pride Netwerk. Het CDA Pride Netwerk is opgericht om te zorgen dat het CDA zich explicieter uitspreekt over de gelijkwaardigheid van iedereen die een positieve bijdrage levert aan de Nederlandse maatschappij, of je nu hetero bent of niet. Frank is ook duo-raadslid voor het CDA in de gemeente Lansingerland.

 

 

Rate this item
(0 votes)
Last modified on zaterdag, 30 januari 2021 19:23
Jasper de Haan

Jasper de Haan (1972) is redacteur bij GayRotterdam. Hij is import-Rotterdammer sinds 1991 en inmiddels helemaal verknocht aan deze diverse stad. Hij is een kunst- en cultuurliefhebber in de brede zin van het woord en reist graag met zijn vriend voor een mooi concert of evenement. Als redacteur bij deze site hoopt hij de stad nog beter te leren kennen en alle Rotterdamse en bezoekende ‘happy gays’ (LHBTQI etc.) te helpen bij hun eigen ontdekkingen. In het dagelijks leven werkt Jasper bij GGZ Delfland.