De column van Vrijdag: Port of Pride

Lancering Port of Pride Lancering Port of Pride Port of Pride

Port of Pride


Om nou te zeggen dat ik ‘in’ de Rotterdamse haven heb gewerkt: nee. Dat roept beelden op van kades, loodsen, kranen, en mannen én vrouwen die daar druk in de weer zijn. Maar ik ben mijn ‘KvK-carrière’ wel begonnen met werken ‘vóór’ de Rotterdamse haven. 

Wij behartigden de belangen van de havenbedrijven. Samen met de havenwerkgevers en vakbonden waren we een gesprekspartner voor vooral het Gemeentelijk Havenbedrijf. Het was een fantastische, dynamische omgeving omdat er eind vorige eeuw ontzettend veel in hoog tempo veranderde. Denk maar aan de opkomst van de container en alle achterlandverbindingen.

 

Havenbelangen en Havenvereniging

Waar ik ook hele goede herinneringen aan heb, was mijn tijd als bestuurslid van de Havenvereniging. Dat was (en is nog steeds) een van de grootste verenigingen in Rotterdam.

Het is de fanclub van de Rotterdamse haven en kende een bonte mix aan leden: iedereen die wat had met de haven was er lid van, van baron tot sjouwer. En omdat er steeds meer ‘grijze kuiven’ het ledenbestand vormden, is er nu ook een Jong Havenvereniging.

Naast deze fanclub was er al sinds de jaren ’40 een professioneel samenwerkingsverband om de haven in de wereld te promoten: de R’dam Port Promotion Council. Dat ging door middel van ‘voorlandreizen’ naar alle continenten én ‘achterlandreizen’. De naam zegt het al: havenklanten in Europa werden bezocht en bijgepraat over logistieke ontwikkelingen.

 

‘Afstofreizen’.

De RPPC maakt een fraai schema met bestemmingen en daar ging dan een delegatie Havenondernemers naar toe. De KvK was onderdeel van die delegatie, als onderdeel van een uitgebreid netwerk in het Europese havenlandschap. Op dit onderwerp is zelfs een collega gepromoveerd en professor geworden. Na diverse presentaties en gesprekken was er (natuurlijk) een borrel, met vaak, hoe toepasselijk, een Captain’s Dinner. Na afloop was er dan nog een borrel aan de bar.

 

#metoo?

Tijdens een van die reizen, in het hoge Noorden van ons eigen land, had ik wat ik nu toch wel als een ‘#metoo’-ervaring zou zien. Al pratend aan de bar met een Noordse gast werd mijn been klem gezet door diens knie. Pats. De conversatie werd gewoon voortgezet, ook om ons heen. Maar beneden kon ik geen kant uit. Dat is een rare ervaring, want je bent als delegatielid ook mede-gastheer. En, toegegeven, het was natuurlijk ook best spannend. Midden tussen al die pakkenmannen ineens zo’n aanzoek onder de gordel.

 Beeld port of pride

 

Port of Pride verdient steun

Waarom deze late ontboezeming – ik laat de afloop in het midden – in deze column? Achteraf heb ik nagedacht over hoe de ‘gast’ met zijn dubbelleven in het hoge Noorden in de knoop lag. Eind vorige eeuw waren we best wel ver in tolerantie, maar blijkbaar nog niet ver genoeg en was een noodgreep nodig. Bovendien: zoals Aboutaleb ooit aangaf bij de lancering van een ‘Roze Event’ in de Burgerzaal: tolerantie en acceptatie zijn twee geheel verschillende dingen. Daarom zou het goed zijn wanneer we organisaties als Deltalinqs (de havenwerkgevers), de vakbonden, de RPPC en de Havenvereniging, Jong én Oud en het initiatief van Marco Valk, Port of Pride, ondersteunen en omarmen.

Want 'gelijkheid, diversiteit en inclusiviteit zijn nog lang niet vanzelfsprekend'.

 

Rate this item
(0 votes)
Last modified on woensdag, 21 oktober 2020 12:13
Kees Vrijdag

Kees Vrijdag werkte tussen 1982 en 2012 bij KvK Rotterdam op de gebieden: haven, citypromotie, internationale handel en communicatie.
Hij zit in een aantal besturen: Vlaggenparade, Paul Nijgh-penning, Open Rotterdam en Aan Den Slag! En hij is ambassadeur voor Benefits for Kids. Ook is hij betrokken bij Het Gezelschap, Club 25 en 'Mankracht Rotterdam'. Door verbindingen te leggen in Rotterdam wil hij bijdragen aan de rijkdom van diversiteit in de stad.